De bevolkingsomvang van Utrecht groeit in rap tempo. Er moeten meer woningen komen om de wooncrisis te lijf te gaan, maar hoe gaan we dat doen? Waar in de stad is nog ruimte om te bouwen? En gaat dat niet ten koste van de stadsnatuur, waarvan we vinden dat we die óók nodig hebben voor een gezonde leefomgeving?
Bouwen is een van de onderwerpen die werd besproken tijdens het Wilde Stadscafé Verkiezingsdebat op 25 februari. Inleider van het tweede subdebat is Jos Kloppenborg, voorzitter van het Milieucentrum Utrecht. Hij steekt een beetje de draak met de groene ambities van de gemeente. Groencompensatie voor bouwplannen? Kloppenborg herhaalt wat een ambtenaar ooit tegen hem zei: “Ach, we vinden wel wat…”.
Kloppenborg heeft voor het debat de nodige partijprogramma’s gelezen en vraagt zich af wat voor ieder de grens is van die bouwambitie. En wat zijn de gevolgen daarvan voor de stadsnatuur? Kloppenborg voegt er aan toe dat het ook interessant is dat er een initiatiefvoorstel is aangenomen door de gemeenteraad, ‘erken de rechten van de Utrechtse natuur’, en wat betekent dat nu in de praktijk?

Debatleider Elisabeth van den Hoogen stelt dus dat de bouwopgave zo groot is dat de natuur maar even moet wijken. Linda Voortman van GroenLinks-PvdA is het daarmee maar gedeeltelijk eens. Zij stelt dat er ook veel natuur aan de stad wordt toegevoegd. Ze noemt Papendorp. “Daar voegen we 3600 woningen toe. Dat was een versteende kantoorwijk. Er komen dus veel woningen en tegelijkertijd ook veel groen.”
De GL-PvdA-lijsttrekker vindt dat Utrecht een groene en sociale stad moet zijn, ook voor haar dochter. “Dat betekent dat niet de natuur moet inschikken, maar andere zaken zoals mobiliteit: smallere wegen, minder parkeerplaatsen, ja ook betaalde parkeerplaatsen, zodat we ruimte creëren voor groen, want daarmee laat je dan ook groen en sociaal hand in hand gaan.”
Voortmans opmerking over betaald parkeren, één van de gevoeligste onderwerpen in de stad, leidt direct tot een reactie van het CDA. Kandidaat-raadslid Marina Slijkerman erkent dat de ruimte voor verkeer minder moet worden. “Parkeerplaatsen opheffen, wat nu al gebeurt, zouden wij graag nog wat meer zien, en actiever op verzoek van bewoners, maar wij zouden betaald parkeren graag laten zoals het is, op basis van de parkeerdruk en de parkeernorm, maar vooral op verzoek van bewoners en niet per definitie overal in de stad.”

Anne Sasbrink van de Partij voor de Dieren spreekt de huidige groen-wethouder Voortman aan op het achterblijven van het groene bouwen. Een voorstel van de Partij voor de Dieren om de groennorm in te voeren, daar was GroenLinks het niet mee eens, zegt Sasbrink. “We zien bij de woningen die er de afgelopen jaren zijn bijgekomen dat groen altijd is achtergebleven.” Voortman: “Dat is niet waar. We zien dat het aantal woningen is toegenomen en het groen is toegenomen. Maar het aantal woningen is juist meer toegenomen. (…) Maar ik ben het met je eens. Het mag meer.”
Een heel ander standpunt in de zoektocht naar evenwicht tussen bouwen en natuur neemt Student en Starter in. Melanie Pieper gaat “eerlijk zijn: de bouwen, bouwen, bouwen komt uit onze hoed.” Volgens Pieper heeft Utrecht in 2030 een woningtekort van 26.000. “Dat is gigantisch. Wij zeggen dat we dat in de stad, in de verdichting moeten oplossen. Als je gaat herontwikkelen of renoveren, dan kun je een stukje openbare ruimte erbij pakken, en dan kun je het gelijk mooi groen doen. Je kunt groene daken maken, verticaal groen, natuurinclusief.”

Dat is ook de reden dat Student en Starter tégen de motie ‘Natuur aan tafel’ stemde. “Als de keuze er ligt tussen een dak boven het hoofd van iedereen, wonen, een nest, is een recht, dan gaat dat voor ons wel boven natuur. Maar als je een nest bouwt, maak het een groen nest.”
Lees ook:
Wilde Stadscafé Verkiezingsdebat: zelfbeheer
Tekst en foto’s: Harrie van Veen. Video: Bibliotheek Utrecht.



Het Wilde Stadscafé: De stem van de natuur aan tafel (17 maart)